Strand

Het strand en de duinen zijn opgebouwd uit fluvioglaciaal zand, zand wat zich uitstrekt van Wieringen, Texel tot Terschelling, diluviaal zand, zand uit de Texelkern en dicht bij de Vlielandse kust en van de Doggersbank en uit oud-holoceen zand. Dit zandmengsel laat zich steeds verplaatsen. Er ontstaan nieuwe duinenrijen onder invloed van wind en zeegolven.

De Noordsvaarder, de zandvlakte aan de westkant van Terschelling is bijvoorbeeld zo ontstaan. Deze lag eerst los van het huidige eiland en was een beruchte zandbank in zee. Door de oostwaartse verplaatsing is deze bank "gestrand" op het eiland. Rond 1850 kon men voor het eerst door de slenk waden die de Noordsvaarder nog scheidde van het eiland. Het opstuivende zand werd vastgelegd door plantengroei. Het meest zeewaartse gras, het Biestarwegras, is de eerste plantengroep die als duinbewoner hieraan meewerkte.
    

Onze duinen zijn dus ontstaan door verschillende stadia van vastlegging door plantengroei. Hierna is men kunstmatig duinvorming gaan toepassen door takkenschermen te plaatsen. Meer landinwaarts vinden we de Helmplant die op natuurlijke wijze de duinvorming teweeg bracht. Op hoger gelegen toppen wordt de Helm schraal en krijgt het Rood Zwenkgras en Duindoorn de overhand. Door de hierdoor toenemende humusvorming verzuurt de bodem en kan Heide, zoals Dopheide, Kraaiheide, Struikheide en Lepeltjesheide groeien.

Ieder van deze plantengroepen heeft bij de duinvorming een taak die voor deze planten uitloopt tot zelfvernietiging. Opgaan, blinken en verzinken. Door dit proces van afsterving en weer opbloei ontstaan onze duinen.
    

Deze bescherming tegen de zee is dus afhankelijk van deze plantengroei. Door kaalslag en uitstuiving wandelen deze duinen oostwaarts onder invloed van de overwegend heersende westen wind.

Niet alleen de wind maar ook de stroming langs de kust tast de duinenrij aan. Zo is in het verleden een stroomkeerdam ten zuiden van West Terschelling aangelegd om de uitschurende werking van de duinvoet tegen te gaan door de Slenk, het Oosterom, van de duinen aan de Dellewal. Door deze schurende werking is de enige natuurlijk ontstane baai van Nederland, genaamd Dellewal, ontstaan.

Deze zelfde Slenk heeft de eerste vuurtoren Brandaris doen instorten in 1592. De nieuwe huidige Brandaris die in 1594 gereed was werd daarom toen aan de achterkant van het dorp West gebouwd en staat inmiddels in het dorpscentrum.

Het huidige strand is op 5 plaatsen via een zgn. badweg te bereiken met de auto of de fiets. Aan de voet van de duinenrij zijn strandtenten zomers het centrum van de strandgangers en zonaanbidders en is aan het einde van zo'n badweg gelegen.

Het Terschellinger strand kenmerkt zich door zijn mooie fijne witte zand en de grote breedte ervan. Bij laag water is het zeker enkele honderden meters breed. De kust loopt zeer geleidelijk af naar een diepte van 4 à 5 meter en de 10 meterlijn ligt wel gemiddeld 100 meter uit de kant. Hierdoor is er sprake van een breed brandingsgebied vol met slenken en banken, wat het zwemplezier verhoogt en een gunstige invloed heeft op de visstand.

Het Terschellinger strand scoort jaarlijks in Europees verband hoog wat betreft de zwemwaterkwaliteit, de reinheid van het strand, de voorzieningen op het strand en de aanwezige reddingsmaterialen. Als bewijs van deze kwaliteiten wordt de Blauwe Vlag gevoerd bij de strandovergangen. Het strand wordt actief bewaakt gedurende de zomermaanden door de gemeentelijke strandwacht bij paal 8 en Midsland aan Zee.

Nudisten kunnen terecht op het gehele strand ten westen van paal 8; parkeerplaats en paviljoen tussen paal 8 en 9 bij West aan Zee. En op het gehele strand ten oosten van paal 12 met uitzondering van gedeelte ter hoogte van de strandopgang vanuit het Hoornse Bos (paal 14-15, hier is een paviljoen) en ter hoogte van het uiteinde van de Oosterende Badweg (paal18, hier zijn een parkeerplaats en een paviljoen).

Gerealiseerd door Sugarmice