Terschelling

Terschelling  (Terschellings: Schylge; Standaardfries: Skylge) is een gemeente in de provincie Friesland en uit het westen gerekend het derde bewoonde Nederlandse Waddeneiland.

Terschelling grenst ten noorden aan de Noordzee en ten zuiden aan de Waddenzee; ten zuidwesten ligt Vlieland en ten oosten Ameland. De totale strandlengte is 30 kilometer en de totale lengte van de fietspaden is ruim 70 kilometer.

Net als bij de meeste andere Waddeneilanden is het toerisme een belangrijke bron van inkomsten. In het hoogseizoen herbergt het eiland meer dan driemaal zoveel mensen als in de winter. In juni is Terschelling jaarlijks de locatie voor het Oerol Festival. Verder kent Terschelling de zeevaartschool Willem Barentsz (sinds 1875). Ook bevindt zich een kaap op het eiland: de Noordkaap.

Geschiedenis
Het eiland is in de Middeleeuwen ontstaan nadat een zandplaat met de naam De Schelling samen ging met het oostelijker gelegen eiland Wexalia. De naam Wexalia, Wuxalia of Wecsile geldt als de middeleeuwse naam voor het gebied van Oost-Terschelling. De naam raakte al in de Middeleeuwen in onbruik.
In de loop van de geschiedenis is Terschelling meerdere malen in andere handen overgegaan; de laatste keer was tijdens de Tweede Wereldoorlog, toen Terschelling samen met Vlieland van de provincie Noord-Holland bij de provincie Friesland kwam.

Bouwwerken
De oudste bewoningsresten op Terschelling dateren van rond 850, toen een klein houten kerkje werd gebouwd op een heuvel bij Seerijp of Striep. Deze heuvel is later als grafheuvel in gebruik genomen en staat bekend als het Strieperkerkhof.
In een kerkenlijst uit de 11e eeuw wordt genoemd dat de Abdij van Echternach twee kerken bezat op Terschelling.

Watersnood
Tijdens de Watersnood van 1287, op Terschelling ook wel de St. Hubertusvloed genoemd, kwam de Waddenzee tussen Terschelling en het vasteland van Friesland te liggen. Voor die tijd was het eiland te voet bereikbaar vanaf Dijkshorn aan de Friese kust naar Hoorn. Hierdoor was Hoorn de belangrijkste plaats op het eiland. Na de ramp was de passage niet meer mogelijk, en kwam de verbinding op West te liggen. Hierdoor werd West-Terschelling de belangrijkste plaats.

Oost-West
Vanouds bestaat er op Terschelling een controverse tussen de bewoners van West-Terschelling, met een sterke gerichtheid op de zee, en de meer agrarisch georiënteerde bewoners van Oost-Terschelling. In 1612 leidde die controverse tot een scheiding van het eiland in twee bestuurseenheden, West-Terschelling en Oost-Terschelling. West-Terschelling werd vanuit het gelijknamige dorp bestuurd, het drosthuis van Oost-Terschelling stond in Midsland. Pas na de Franse bezetting in het begin van de negentiende eeuw werd Terschelling weer een bestuurlijke eenheid, en werd West-Terschelling het bestuurscentrum van de gemeente.

Engelse furie
Op 20 augustus 1666 is West-Terschelling tijdens de Tweede Engels-Nederlandse Oorlog overvallen door een Engelse vloot. De vloot stond onder leiding van admiraal Robert Holmes, vergezeld door de Hollandse deserteur de kapitein Laurentsz van Heemskerk. Van Heemskerk wist dat de eilanden, waar een deel van de magazijnen van de staat en de Oostindische Compagnie zich bevonden, zich niet in staat van paraatheid bevonden. Oorspronkelijk was de admiraal van plan om Vlieland aan te vallen, maar bij verhoor van krijgsgevangenen bleek dat Vlieland lang niet zo belangrijk was. De admiraal voer dus met 11 compagnieën naar de haven van West-Terschelling, die zij the town of Brandaris noemden. Zij troffen nauwelijks enige weerstand van de lokale bevolking. De soldaten trokken brandschattend door het ruim duizend huizen tellende dorp, dat vrijwel geheel in de as werd gelegd. In de Engelse geschiedenis heet dit Holmes' Bonfire vernoemd naar Sir Robert Holmes. Holmes, die wist hoe gevaarlijk en moeilijk bevaarbaar de kustwateren waren, zorgde ervoor met hoog water de haven weer te verlaten, en liet de rest van het eiland voor wat het was.

De vuurtoren Brandaris, uit 1594, was in 1666 een van de weinige overgebleven gebouwen nadat de Engelsen West-Terschelling in brand hadden gestoken.

Taal
Terschelling herbergt maar liefst drie taalvariëteiten; in het westen en oosten worden de Friese dialecten Westers en Aasters gesproken, terwijl men in Midsland een Hollands dialect spreekt, het Midslands of Meslonzers, te vergelijken met het Stadsfries. Door de toenemende invloed van buitenaf (onder andere van het toerisme) worden de dialecten echter steeds meer verdrongen door het Nederlands, hoewel aan de westkant iets minder dan aan de oostkant.
De oorspronkelijke dialectverdeling is als volgt: het Westers wordt gesproken in de hoofdplaats West-Terschelling; het Midslands in Midsland, Hee, Horp, Kaart, Kinnum en Baaiduinen; het Aasters in Seerijp, Landerum, Formerum, Lies, Hoorn en Oosterend.

Kernen
De gemeente Terschelling telt vijftien officiële kernen. De hoofdplaats is West-Terschelling. De Nederlandse namen zijn de officiële en de enige die op de plaatsnaamborden vermeld staan, met uitzondering van de gehuchten Seerijp en Kaart, waarvoor sinds 2009 de lokale namen Striep en Kaard officieel zijn.

West-Terschelling,  Midsland,   Formerum,  Lies,  Hoorn,  Oosterend.

Baaiduinen,  Hee,  Horp, Kaart(Kaard),  Kinnum,  Landerum,  Midsland aan Zee,  Seerijp(Striep),   West aan Zee.

Buurtschappen
Naast deze officiële kernen bevinden zich in de gemeente de buurtschappen Dellewal, Halfweg en Midsland-Noord.
Ook zijn van Terschelling een aantal verdwenen nederzettingen bekend, namelijk Allum, Hierum, Stortum, Stattum, Schittrum en Wolmerum.

Bron Wikipedia juli 2012: http://nl.wikipedia.org/wiki/Terschelling

Gerealiseerd door Sugarmice