Natuur

Als we al van natuur mogen spreken in Nederland dan kan de stedeling op Terschelling ervaren wat ermee bedoeld wordt. De uitgestrektheid van de Waddenzee en Noordzee omlijst het schilderij van het eilander landschap. Dit bestaat uit de noordelijke duinenrijen welke doorsneden worden door natte duinvalleien, waarna verder zuid gaand de duinen dichter begroeid worden en op drie prominente plaatsen overgaan in bebossing. Dit zijn het bos dat bij West begint en zich uitstrekt tot Halfweg, het Formerumer bos en het Hoornse bos.

Van west naar oost kijkend worden deze bossen min of meer verbonden door verwilderde duingebieden vol met struikgewas en kleine gecultiveerde stukken land. De hoofdweg scheidt dit landschap van de polder welke zuid hiervan gelegen is. Bij Oosterend begint de Boschplaat, het bekende Europees erkende natuurgebied, dat zich uitstrekt tot het Amelander gat, het oostelijke puntje van het eiland. Nemen we hierbij de Kroonpolders die zijn ontstaan toen de Noordsvaarder "strandde" op de westpunt van het eiland, dan kunnen we stellen dat Terschelling ingesloten is door natuurgebieden.

Dit diverse landschap waarborgt een verscheidenheid aan natuurschoon, flora en fauna. Het bos beslaat ongeveer 600 ha. Om alle diersoorten op te sommen die op Terschelling voorkomen gaat te ver. Niet voorkomende dieren zijn bijvoorbeeld de rat, de eekhoorn, de vos, marterachtigen en grofwild. Wel leeft op Terschelling het Ree, Konijn, Haas, Fazant en de vele vogelsoorten waarvan de Lepelaarkolonie op de Boschplaat en bijvoorbeeld de Grauwe - en Blauwe Kiekendief ons het meest aanspreken.

De plantengroei is zo divers en bijzonder dat wij u hiervoor gaarne verwijzen naar ons Centrum voor Natuur en Landschap. Als bekend mag worden verondersteld dat de Cranberryplant zeer goed gedijt. De vrucht wordt bedrijfsmatig geoogst en verwerkt tot zeer gezonde biologisch-dynamische producten. Staatsbosbeheer beheert ons eiland op een zorgvuldige wijze. Het is mede hieraan te danken dat wij op Terschelling nog durven te spreken van NATUUR. Volg via de blog van Staatsbosbeheer, alle gebeurtenissen op natuur- en landschapsgebied.

Griend

Zuid van Terschelling ligt het eilandje Griend. U komt er langs met de veerboot op de heenreis aan stuurboord ongeveer halverwege de trip. Het is nog geen 500 meter in doorsnee en er zijn een kaap te zien en een vogelwachtershuisje en vaag wat begroeiing.

Griend is een overblijfsel van een oude oeverwal van een slenk die door de grote wadkwelder duizenden jaren geleden zijn weg zocht naar de Noordzee. Griend lag toen gunstig aan de handelsroute en het vaarwater het Vlie, de toegang naar Kampen en Stavoren. Zo doende werd het al snel bewoond. Bewijs hiervan werd in 1984 gevonden toen bij opgravingen bleek dat er potscherven waren van 3000 jaar voor Chr. die ter plekke gemaakt waren. Bekend is dat Norbertijner monniken er begin 13e eeuw een kloosterschool hebben opgericht als een dependance van de school van Hallum (Mariëngaard). De laatste leerlingen zaten er in de schoolbanken in 1238. Er stond natuurlijk ook een kerk. Deze is gesticht door de Augustijner koorheren van de Ludingakerk uit Midlum. Heb je een kerk dan ben je een dorp. Griend bestond! Wellicht met meer bedrijvigheid dan geestelijke alleen gezien de ligging aan het Vlie. In ieder geval is na 12 december 1287 er niemand meer. Een alles wegspoelende storm raast dan over het wad, de St. Luciavloed. Er blijven ca. 10 woningen staan en het is een periode (de late Middeleeuwen) van storm na storm en in deze tijd ontstond de huidige Waddenzee met haar mooie Waddeneilanden.

Griend is de laatste 100-den jaren steeds ten dode opgeschreven geweest door enerzijds de eeuwige zandhonger van de Waddenzee en anderzijds de erosie van de zeestroming en afkalving door de golven bij vooral stormweer. Leek het weer wat te groeien dan raasde er weer een noordwester over het wad. Meer en meer kwam er toch een vegetatie op gang op vooral de noordzijde van Griend zodat het leek of Griend redde het wel. Toch was het in de 80-er jaren duidelijk dat er wat moest gebeuren anders zou Griend door het wassende water worden verzwolgen. In 1988 kwam de noodzakelijke ingreep gereed. Een zandwal van west naar oost langs de west- en noordzijde werd opgespoten en is inmiddels weer begroeid. Griend kan nu weer zeker 80 jaar mee als, ja als wat eigenlijk?

Griend is het vogeleiland van de Waddenzee. Mensen hebben er niets te zoeken. Het daarom verboden toegang! Maar vogels des te meer. Het is één van de belangrijkste broedgebieden van de grote sterns en een belangrijk broedgebied voor noordse sterns en visdiefjes. De Grienderwaard, het wad om Griend heen van ca. 8000 hectare, is een belangrijk voedselgebied voor talloze trekvogels. Benutting is alleen mogelijk met Griend als hoogwatervluchtplaats er vlabij in de buurt.

Er zijn altijd vogels op Griend. Onze voorouders gingen vaak heen te eierzoeken. Deze smakelijke gewilde aanvulling op het dagelijks eilander menu werd verleden tijd door de invoering van de Vogelbeschermingswet in 1912. Toen kwam er voor het eerst een vogelbewaking op het eiland Griend bemand door Terschellingers. Tegenwoordig zijn het biologiestudenten die op Griend verblijven vanaf de broedtijd tot de herfst.

Zij verblijven in een huisje op palen en worden bevoorraad vanaf Terschelling onder welke gemeente het valt. Doordat ook de Waddenzee gemeentelijk is ingedeeld is Terschelling de grootste gemeente van Nederland en omvat dus ook Griend, maar dit terzijde.

Griend is in erfpacht bij de Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten die het de vogelbestemming heeft gegeven. U bent er dus niet welkom, verboden toegang. De vogelwachters, steeds twee, zien ook daarop toe!

Gerealiseerd door Sugarmice